Heibel om woonlastenverzekering
AMSTERDAM – Tienduizenden hypotheekeigenaren dreigen er financieel flink op achteruit te gaan als zij werkloos worden of arbeidsongeschikt nu hun verzekeraar Genworth Financial met de noorderzon vertrokken lijkt te zijn. Tussenpersonen en banken hebben goed aan deze woonlastenbeschermers verdiend. Maar wanneer heeft het zin om een woonlastenverzekering af te sluiten?
“Het grootste risico dat iemand de hypotheek niet meer kan opbrengen, is bij scheiding of bij overlijden van de partner. Dat laatste is meestal afgedekt door een overlijdensrisicoverzekering”¸ zegt hoogleraar verzekeringskunde Hugo Keuzenkamp van de Universiteit van Amsterdam. “Een verzekering voor scheiden is helaas niet op de markt.”
Een woonlastenverzekering is een verzekering die de hypotheek gedeeltelijk of helemaal doorbetaalt als u arbeidsongeschikt wordt of werkloos. U kunt ook alleen een arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten. Sommige verzekeraars bieden ook een ‘losse’ verzekering tegen werkloosheid. Een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering is los af te sluiten via de werkgever of via een particuliere verzekeraar. Via de werkgever is doorgaans goedkoper omdat deze een collectief contract sluit en daardoor een lagere premie kan bedingen bij de verzekeraar.
Maar zijn deze verzekeringen nodig? “Als je volledig arbeidsongeschikt bent, krijg je 75% van je laatstverdiende loon van uitkeringsinstantie UWV Werkbedrijf. De kans dat je met dat inkomen je huis kunt behouden, is toch redelijk. Dan heeft het niet zoveel zin om bij te verzekeren. Ik zou het zelf in ieder geval niet doen. Een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering is ook niet verplicht voor een hypotheek.”
Keuzenkamp begrijpt dat hypotheekverstrekkers met liefde zo’n verzekering zullen aanbieden. “De bank en verzekeraar verdienen er goed aan.” Ook wanneer mensen maar gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden, is volgens de hoogleraar een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering lang niet altijd nodig. “Je bent in theorie nog in staat om voor het deel dat je niet arbeidsongeschikt bent, te werken. Dus ik denk dat mensen in die situatie beter aan de slag kunnen gaan dan zich extra bij te verzekeren.”
Huis van 1 miljoen
Wanneer heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering wel zin? “Aan een arbeidsongeschiktheidsuitkering zit een maximum. Mensen met echt hogere inkomens doen er wel verstandig aan zich aanvullend te verzekeren. Stel je hebt een huis van 1 miljoen euro en je raakt vervolgens arbeidsongeschikt. Dan zijn die extra inkomsten van de verzekering wél nodig. Maar voor de modale inkomens raad ik geen aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen aan.”
Het kopen van een huis is voor tussenpersonen en banken een goed moment om deze producten aan te bieden. Zeker in een onzekere tijd als deze, waarin elke dag weer werknemers op straat komen te staan.
Als iemand die veel verdient zijn inkomen wil bijverzekeren voor arbeidsongeschiktheid of werkloosheid, moet hij volgens de Consumentenbond op bepaalde zaken letten. Bij een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid is er vaak de keus tussen gangbare, passende of beroepsarbeidsongeschiktheid.
De bond raadt consumenten niet aan te kiezen voor gangbare arbeid. Bij die dekking volgt de verzekeraar het UWV Werkbedrijf. „Alleen als de keuringsarts van de uitkeringsinstantie u voor minstens 35 % afkeurt, heeft u recht op een (gedeeltelijke) uitkering uit de verzekering. Tegenwoordig gebeurt dit niet meer zo snel”, aldus het onderzoek uit 2008 over woonlastenverzekeringen van de Consumentenbond.
Vinger verliezen
U kunt beter kiezen voor passende arbeid en beroepsarbeidsongeschiktheid, zo stelt de bond. „Een chirurg die bijvoorbeeld zijn vinger verliest, is volgens het criterium beroepsarbeidongeschiktheid volledig arbeidsongeschikt omdat hij zijn beroep niet meer kan uitoefenen. Volgens het criterium passende arbeid kan hij dan nog verzekeringsarts worden.”
Ook bij de werkloosheidsverzekering is het goed om je af te vragen of je die echt nodig hebt. Volgens de Consumentenbond bieden werkloosheidsverzekeringen die maar één of twee jaar uitkeren geen soelaas, omdat het inkomen pas daarna echt daalt. Hetzelfde geldt voor een verzekering die maar een paar jaar loopt, aldus een onderzoek van de bond uit 2008.
“Het eerste jaar kun je zelf dragen als je een spaarpot hebt”, zegt financieel planner Herman Bouter. “Niet korte werkloosheid, maar langdurige werkloosheid levert een probleem op. Veel verzekeringsproducten springen in op de korte duur.” Hij concludeert dat woonlastenbeschermers “ondingen” zijn.
Ook hebben deze producten vaak een wachttijd van een halfjaar, of nog langer. “Als u een werkloosheidsverzekering koopt op 1 september van dit jaar en u raakt over vijf maanden werkloos, krijgt u niets van de verzekeraar. Verder zijn er ook nog werkloosheidsverzekeringen die niet achtereenvolgens uitkeren als iemand werkloos wordt, maar bijvoorbeeld maximaal tot een jaar. Stel, iemand krijgt ontslag en is anderhalf jaar werkloos. Toch krijgt hij maar een jaar aanvullend uitgekeerd.”
Volgens Bouter wordt er veel verdiend aan deze producten. Sommige verzekeraars verdienen zo rond de 25 % van de premie. Bij andere partijen ligt dat percentage soms wel op 50 %. De premie voor een woonlastenbeschermer kunt u per maand betalen of in een koopsom die doorgaans wordt meegefinancierd in de hypotheek.
Bouter raadt aan altijd voor maandelijkse termijnen te kiezen: “Stel je hebt zo’n verzekering afgesloten voor twintig jaar en na vijf jaar wil je er vanaf. Je zou dan 75 % moeten terugkrijgen, maar je krijgt nog maar 40 % terug omdat de verzekeraar volgens de voorwaarden een deel van de resterende premie voor zich houdt.” Als een consument een koopsompolis neemt, wordt er volgens Bouter door tussenpersonen tussen 40 en 60 % van de koopsom verdiend.
Dure dekking
Een werkloosheidsverzekering kan wel zekerheid bieden voor mensen die niets op een spaarrekening hebben staan. “Maar ik zeg er wel bij dat dit dure dekkingen zijn, bijvoorbeeld een maandpremie van 29 euro voor een aanvullende uitkering van 400 euro per maand. En nogmaals, doorgaans gaat het om dekkingen van maximaal twaalf maanden”, waarschuwt Bouter. De consument moet dus goed nagaan of de bovenstaande verzekeringen nodig zijn. “En lees, zoals altijd, de kleine lettertjes goed”, besluit de adviseur. Bron:Telegraaf.nl










Leave your response!